Museum de Kijkzolder.


Over het ontstaan en het belang van ons

Parochieel Kerkelijk Museum

Na het Vaticaans Concilie (1964) ontstonden er in korte tijd grote veranderingen. Het Concilie met Paus Johannes XXIII, gaf blijkbaar ruimte aan die veranderingen die al langer in de lucht zaten.


Gelovigen in ons land kropen onder het juk van de dwang uit, die de kerk in velerlei opzichten oplegde. Gelovigen werden mondig en kozen een eigen weg in de godsdienstige beleving. In korte tijd verdwenen belangrijke kerkelijke rituelen: de biecht, het Lof, de processies, de uitstelling, de zondagse verplichting, de dagelijkse H. Mis.


De hele Rijke Roomse Cultuur, die zo kenmerkend was voor het katholieke leven in de jaren vóór 1965, verdween in een paar jaar tijd. Grote heiligenbeelden werden stukgegooid, monstransen kwamen in de kluis terecht, oude kostbare kazuifels gingen naar de zolder, de grote en unieke vaandels van parochie en katholieke verenigingen hingen verwaarloosd in het stof van de sacristiezolders, het godsdienstonderwijs verdween van de katholieke basisschool, vele gebedsvormen verloren hun betekenis, enz.


Zo lagen op de zolders in kasten en dozen vele kostbaarheden en gebruiksartikelen, die ons met lede ogen aankeken met de vraag: laat je ons verdwijnen, zijn wij van geen waarde meer?

Gelukkig vonden we een groep vrijwilligers, die samen aan de slag gingen, al die objecten verzamelden, schoon maakten en voor zover als mogelijk herstelden.


Toen het uitgestald stond, werd de rijkdom van de godsdienstbeleving uit het verleden zichtbaar. Nog maar nauwelijks bekend, dat we een parochieel kerkelijk museum aan het instellen waren, kwamen van alle kanten materialen naar ons toe. Van scholen, van katholieke verenigingen, van particulieren, kregen we kostbare objecten en mooie voorwerpen die kenmerkend waren voor die tijd van het Rijke Roomse Leven.


De tijd, waarin kerk en geloof het leven van parochie, parochianen, van de vroege morgen tot de late avond sterk bepaalden. Zo kregen we van de Mariaschool een complete collectie bijbelplaten, van de kapellen van de Elsthof en St. Jozef een kelk, beelden, kruiswegstaties, prachtige kruisbeelden, van Alverna en Niftrik een monstrans, waarvan de laatste een uniek exemplaar is. Voorwerpen van grote cultuur-historische waarde en allerlei mooie materialen, die kenmerkend waren van vóór de tijd van de grote verandering.


Maar de grote verandering is daarmee niet afgelopen. Nog steeds staan ons door de totaal andere godsdienstbeleving, door de steeds kleiner wordende groep kerkelijk liturgisch betrokken gelovigen grote veranderingen te wachten. Parochies worden samengevoegd om te overleven, waarbij vooral financiële overwegingen sterk bepalend zijn. Kerkgebouwen zullen worden afgestoten, omdat er geen middelen zijn deze te onderhouden. Ook al zal de geloofsgemeenschap, zolang als mogelijk is, bewaard blijven: de sluiting van haar parochiekerk lijkt onvermijdelijk.


Daarmee raken we opnieuw aan het belang van ons parochieel kerkelijk museum. We kunnen een vergelijking maken met het parochieel kerkelijk archief, als onderdeel van de historische vereniging Tweestromenland, zoals dat een plaats heeft gekregen in het parochiecentrum. Reeds vele parochiële archieven zijn hier ondergebracht. We gaan er vanuit, dat ook andere kerkelijke archieven daar deel van gaan uitmaken.


Een archief voor iedereen goed geordend en toegankelijk, zodat hier de parochiële kerkgeschiedenis van de kerk in onze streek zichtbaar blijft. Zo zal ook het museum het kerkelijk godsdienstig leven van parochies, parochianen en dorpen in beeld kunnen brengen. We gaan er vanuit, dat bij de sluiting van kerken, zoals dat aangekondigd is voor de kerk van Batenburg en Heumen, belangrijke en kenmerkende voorwerpen van die kerk bewaard worden en zichtbaar blijven in ons parochieel kerkelijk museum.


Met dergelijke liturgische en kerkelijke objecten, speciale beelden en specifieke foto's blijft dan, naast het kerkelijk archief, toch iedere kerk "bewaard" en in beeld gebracht door het parochieel kerkelijk museum.


Voor de museumgroep, J. van Minderhout