Terug naar Nieuws

Inleiding bij de opening van de tentoonstelling over Engelen, sept. 2007

Inleiding bij de opening van het museum De Kijkzolder mei 2001

Uitnodiging voor de opening van De Kijkzolder 20 mei 2001

Beschrijving van de tentoonstelling

Eerste interview door Theo v.d. Weegen

Eerste bijeenkomst Museumcommissie 16 sept 1999

 

 

 

Eind september 2007 openden we een speciale informatieve tentoonstelling over Engelen.

 

Inleiding

 

In deze tentoonstelling laten wij u kennismaken met de engelenwereld, zoals deze in de H. Schrift en in de katholieke traditie naar voren komt.

We vertellen u over het begrip “engelen?, hun geschiedenis, de  rangorde, hun betekenis, de verschillende met name genoemde

engelen in het oude en  nieuwe testament. Wat is waar en niet waar? Voor ons zijn allerlei zaken door elkaar gaan lopen, omdat

ook in de literatuur allerlei verhalen ontstaan zijn over engelen, zoals bv. het verhaal van de gevallen engel Lucifer.

 

Engelen zijn een vast gegeven geworden, overal zijn er engeltjes afgebeeld.

Vaak hebben ze niets meer te maken met de betekenis die ze in de bijbel en in de katholieke traditie hebben.

We zien ze in kerken, op schilderijen, foto’s, prenten, reclames.  Mensen verzamelen engeltjes, in winkels zien we de engeltjes

in allerlei soorten te koop. Het is een hele industrie. De menselijke fantasie is er duidelijk op losgelaten.

Engelen, engeltjes spreken ons blijkbaar aan. En dat is precies waar het met engelen omgaat:

ze spreken ons aan, ze hebben betekenis voor ons, ze staan ons bij, ze waken over ons.

En wie wil dat niet: een engel die over je waakt. Velen van ons hebben wel eens in hun leven,het gevoel gehad, dat er een engel was.

 

Bestaan engelen?

 Menigeen zal die vraag ontkennend beantwoorden, terwijl anderen met even grote stelligheid geloven dat ze wel bestaan.

De grote vraag is wat je onder engelen moet verstaan. In de bijbel komen er regelmatig engelen ter sprake: mannen in  het wit, soms met name genoemd (Rafael, Gabriël), engelen in allerlei soorten en met verschillende opdrachten. Zijn het door de schrijver gebruikte visualisaties, symbolen, om een woord van God tot uitdrukking te brengen, een aankondiging van een goddelijke gebeurtenis? Een manier van zeggen om Gods kracht, Gods goedheid, Gods meelijden aan te duiden?

Anderen die meemaakten, dat ze op het juiste moment gespaard werden voor een ongeluk, of een groot en goed geluk meemaakten, zijn er van overtuigd dat er een engel aan te pas kwam en zullen hun engel dan ook dankbaar zijn.

 

In de traditie van de kerk. 

In de katechismus leerden wij, wellicht herinneren we ons het nog, dat engelen onsterfelijke door God geschapen geesten zijn.

Tegenover engelen staan de duivels, gevallen engelen.

Vondel heeft ons het verhaal van die strijd gegeven met de aanvoerder van het kwaad Lucifer, welke naam de meesten van ons wel bekend is.

Een duidelijke uitspraak over het bestaan van engelen vinden we in 4de  algemene Kerkvergadering van Lateranen van 1215.

Daar lezen we: "Wij geloven vast en belijden eenvoudig dat er één ware God is... de Schepper van al wat zichtbaar en onzichtbaar , geestelijk en stoffelijk is, die door zijn almachtige kracht in het begin van de tijd tegelijk uit het niets de tweevoudige schepping heeft voortgebracht, n.l. die van de engelen en van de wereld en daarna de mens... uit geest en lichaam bestaande. De duivels zijn door God van nature goed geschapen, maar zijn door zichzelf slecht geworden..."

 

In de bijbel.

In het oude en nieuwe testament worden op talrijke plaatsen engelen genoemd. En niet zo maar alleen “engelen?, vaak worden groepen, soorten genoemd.

De meesten van ons zullen dat wel niet weten, maar de apostel Paulus in de brieven, geeft verschillende namen aan de engelen, die men als namen van "soorten" of  "koren" van engelen beschouwt. In Ef 1,21 heeft hij het over "vorstendom(men)", "macht(en)", "kracht(en)", "heerschappij(en)"; in Col 1,16 noemt hij "tronen, heerschappijen, vorstendommen, machten". In Judas 9 is sprake van een "aartsengel": Michaël. Voegt men hierbij de serafijnen en cherubijnen van het Oude Testament, Rafael en Gabriel en de "gewone" engelen dan heeft men negen namen van "rangen" of  “koren?van engelen: Serafijnen, Cherubijnen, Tronen, Heerschappijen, Vorsten(dommen), Machten, Krachten, Aartsengelen en Engelen.

De engelen waar wij gewoonlijk over spreken zijn de laagste in rang.

 

In de kerkelijke geschriften.

De soorten, de rangorde der Engelen. Een zekere Dionysius is de meest bekende figuur uit de geschiedenis, die zich verdiept heeft in de Engelenleer. Hij was de eerste bisschop van Athene. In de vijfde of zesde eeuw verschenen enige geschriften van Dionysius waaronder "Over de hemelse hiërarchie". Hij staat bekend als Dionysius Areopagiet. Dionysius stelt o.a. dat de hemelse hiërarchieën vergeleken kunnen worden met volmaakt zuivere spiegels, die de stralen van God laten schijnen voor allen die hier open voor staan. Met hiërarchie wordt in deze bedoeld een heilige orde.

Terug naar Nieuws

Ons Parochiemuseum              “DE KIJKZOLDER?    (uitgesproken bij de officiële opening op 20 mei 2001)

 

De kerk in Wijchen is al oud. Sommigen verklaren de naam Wijchen als “een gewijde plaats?. Reeds in de 11e eeuw stond er een kerk. In de toren van de huidige kerk zitten nog stenen uit die periode. De parochie besloeg toen een heel groot gebied. Gaandeweg is de parochie gegroeid en werden er “zusterparochies? gesticht: St. Jozef Alverna, Paschalis Woezik, Everardus Wijchen oost, de wijkkerk Emmanuel Achterlo. Honderden jaren kerk in Wijchen. De tijd heeft nooit stil gestaan, ook in eerdere tijden zijn er grote veranderingen geweest. De laatste honderd jaar daarvan hebben wij meegemaakt. Voor ons is er ontzettend veel anders geworden.  

Over die periode gaat ons museum. In de eerste helft van de vorige eeuw was de kerkelijkheid, de godsdienstigheid totaal verweven met het leven van mensen en gezinnen. Van ’s ochtends vroeg, als we de dag begonnen met het morgengebed, tot ’s avonds laat, als we de dag afsloten met het avondgebed en zegen over de nacht vroegen. Daartussen door was er de dagelijkse H. Mis, de gebeden voor en na iedere les, de gebeden voor en na tafel, de schietgebeden tussendoor. Soms liep je even de kerk binnen als je er langs kwam, maar minstens nam je je hoed af, of maakte een kruisteken. En vergeet niet het rozenhoedje op je knieën voor een stoel. In de mei en oktober maand was er iedere avond Marialof, en zaterdags altijd. Zondags ging je wel twee keer naar de kerk, de vroegmis voor de communie en dan de Plechtige Hoogmis. En iedere zaterdag was er biechten. En met de grote feesten kon je je aansluiten in lange rijen, maar meestal bezocht je de priester die het minst vroeg en het snelst was.  

Er waren de grote kerkelijke en huiselijke feesten als Kerstmis, diep in de nacht, de vastentijd met het vastentrommeltje, gevolgd door Paaszaterdag als de klokken terugkwamen en de grote dagen van Pasen, waarop we nog steeds de eieren zoeken. Pinksteren was er ook, maar daar speelde meer de vrije dagen dan de betekenis van het feest. En dan de processies, de bedevaarten, priesterfeesten, met hele straten in de geelwitte vlaggen gezet. Heel die kerkelijke cultuur is in de laatste helft van deze eeuw op zijn kop gezet, want we zochten naar een nieuwe manier van kerkzijn, van parochie zijn en godsdienstig zijn.  

Omdat dit alles verloren dreigt te gaan, zijn wij begonnen aan het plan van dit parochiemuseum. Op de zolders van pastorie en kerk lagen de resten van dat verleden in kisten en kasten weggestopt. Er zijn spullen verdwenen, weggegeven met goede bedoelingen, kerkelijke kleding verknipt voor poppenjurken, of zomaar weggedaan. Wij vonden het te kostbaar en veel te interessant om er geen werk van te maken. We verzamelden en van alle kanten kwamen interessante zaken naar ons toe, van scholen, van zolders, uit oude dozen.

Wat wij u willen laten zien is dat kerkelijk godsdienstige leven, dat zo nauw verweven was met het leven van alledag van mensen en hun gezinnen. Daarbij denken we dan aan de periode 19e eeuw en eerste helft 20ste eeuw. Wat we laten zien is niet zomaar een deel van de kerk, de Abtkerk, maar ons museum vertelt zeker ook over een deel van Wijchen, over een karakteristiek deel van het oude dorp. In die tijd immers werd het hele dorp getekend door kerk en godsdienst.  Na de jaren 60 komen de verandering snel op gang en verdwijnt in een korte tijd die rijke kerkelijke cultuur.                                  

 

Bij het indelen van onze collectie zijn we uitgegaan van de zeven sacramenten, de hoogtepunten uit het kerkelijke leven van de parochie. Daarna hebben we de collectie, om deze op te stellen, in 4 delen opgedeeld. 

Deel 1 onder de titel: Het kerkelijke leven begon al vroeg. Het bevat datgene wat er gebeurde vanaf de geboorte tot het einde van de Lagere School. Van de Viersprong kregen we catechetisch lesmateriaal, prachtige herinneringen. Vooral de Eerste Communie was een belangrijke gebeurtenis. 

Deel 2 met de titel: Kerk en Godsdienst midden in het leven van mensen en gezinnen. Met dit onderdeel willen we iets laten zien van wat er thuis in de gezinnen gebeurde. Veel materiaal, beelden, rozenkransen, medailles kregen we van parochianen bezorgd, toen ze hoorden dat het een goede plek zou krijgen.  

Deel 3 is getiteld: Het kerkgebouw en de vieringen. Dit deel van onze collectie bevat vele prachtige voorwerpen, welke op de zolders en in de kluis van de Abt waren opgeslagen. Materiaal van belang met het oog op de bedoeling van ons Kijkzolder, maar soms ook van cultuur historische waarde. 

Deel 4 tenslotte heeft de titel: Devoties en Godsdienstige Verenigingen. Dan mag je bv. denken aan de Aartsbroederschap van de heilige Familie. Hele bijzondere relikwieën en prachtige vaandels maken deel uit van dit collectie onderdeel. Van de oude Wijchense Rooms Katholieke  Middenstandsvereniging kregen we het Vaandel, dat zij indertijd meedroegen in processies en belangrijke gebeurtenissen.

 

Parochiemuseum  DE KIJKZOLDER. UITNODIGING. 

OFFICIËLE OPENING OP ZONDAG 20 MEI 2001.

Na ruim anderhalf jaar voorbereiding gaan we ons Parochiemuseum openen. Nee, wij zijn nog lang niet klaar, er moet nog veel gebeuren. Heel de documentatie bv. moet nog op gang komen. Maar we zijn wel zover, dat we u kunnen laten meegenieten. Ook voor ons is deze opening als mijlpaal belangrijk. 

In ons museum willen we met onze collectie laten zien, wat er allemaal gebeurde in het godsdienstige, kerkelijk leven in de parochie, zoals dat gestalte kreeg in de laatste helft 19e eeuw en eerste helft 20ste eeuw. Kerkelijkheid en godsdienstigheid waren totaal verweven met het leven van mensen en gezinnen. Van de vroege morgen tot de late avond bepaalde de parochie in grote mate het levensritme. Heel die kerkelijk cultuur, bijna al die zeer kleurrijke uitingen van vroomheid en geloof zijn in de laatste decennia van de vorige eeuw verdwenen. Daarover gaat ons museum.

 

Het begon, omdat overal op zolder de herinneringen ons lagen aan te kijken. Allemaal voorwerpen, gebruiksartikelen en sierstukken, die een rol hebben gespeeld in kerk en parochie. Sommigen alleen van historische betekenis vanuit het parochieel leven, anderen ook van cultuurhistorische waarde. Toen we aan het verzamelen en schoonmaken waren werd het een hele kostbare schat, die vertelde over die periode, welke net achter ons ligt. Wij zijn enthousiast geraakt en we hopen, dat u met ons net zo verrast zult zijn over het resultaat.

 

Wij nodigen u uit voor de officiële opening op zondag 20 mei a.s. Omdat de ruimte beperkt is kunnen we niet iedereen op hetzelfde tijdstip uitnodigen, daarom zal de opening in 3 fasen gebeuren. Bijgaand vindt u het concrete tijdstip aangegeven, waarop wij u heel graag zouden willen ontvangen. Het programma van de opening is als volgt:

            samenkomst in de grote zaal van het Parochie Centrum,

            welkom, koffie en een korte inleiding,

            waarna we u voorgaan naar ons museum de Kijkzolder.

            Het geheel zal ongeveer anderhalf uur in beslag nemen.

 Wij hopen u te mogen begroeten,

met vriendelijke groeten,

de medewerkers van het Parochiemuseum de Kijkzolder.

 

Wij zouden u graag willen ontvangen om ongeveer 12.15 uur, aansluitend bij de zondagse viering in de Abtkerk. Vanaf 12 uur is de grote zaal in het Parochie Centrum, Oosterweg 4, geopend en staat er koffie voor u klaar.

 

Genodigden voor dit tijdstip:

 

Parochiebestuur, Pastoresteam,

Secretariaat en administratie

B en W. van de gemeente Wijchen,

Culturele Raad van de gemeente Wijchen,

Het Gemeentelijk museum,

De Historische Vereniging Twee Stromenland,

De medewerkers van de Tuingroep,

De medewerkers van de Klussengroep, M.v.d. Broek +,

Odette Straten,

Journalist van de Gelderlander, Wegwijs, Wijchen Actueel

de redactie van het Hoeksteenblad. 

en uiteraard is uw partner van harte welkom.

 

Wij zouden u graag willen ontvangen om ongeveer 13.15 uur. Vanaf 13 uur is de grote zaal in het Parochie Centrum, Oosterweg 4, geopend en staat er koffie voor u klaar.

 Genodigden voor dit tijdstip:

 Parochievergadering,

Pastoraatsgroepen, Kerkraden, Commissies,

Protestantse Streekgemeente

Leden van de Koperpoetsgroep,

Dames van de telefoonwacht

Een aantal helpers en begunstigers van ons museum

Christien van Uden, Rietje Martens, Mien Peters Sengers,

Piet Vonk en van v. Tilburg, Peter Crooijmans, Fred van Soest,

juwelier van Soest, Yann Hardeveld

 

 

Terug naar Nieuws

 

Ons Parochiemuseum           “DE KIJKZOLDER?

 

De kerk in Wijchen is al oud. Reeds in de 12e eeuw stond er een kerk. In de toren van de huidige kerk zitten nog stenen uit die periode. Gaandeweg is de parochie gegroeid en werden er “zusterparochies? gesticht: St. Jozef Alverna, Paschalis Woezik, Everardus Wijchen oost, de wijkkerk Emmanuel Achterlo. Honderden jaren kerk in Wijchen. De tijd heeft nooit stil gestaan, ook in eerdere tijden zijn er grote veranderingen geweest. De laatste honderd jaar van 1900 tot 2000 hebben wij meegemaakt. Voor ons is er ontzettend veel anders geworden.  

Over die periode, de vorige eeuw dus, gaat ons museum. In de eerste helft van de eeuw was de kerkelijkheid, de godsdienstigheid totaal verweven met het leven van mensen en gezinnen. Van ’s ochtends vroeg, als we de dag begonnen met het morgengebed, tot ’s avonds laat, als we de dag afsloten met het avondgebed en zegen over de nacht vroegen. Daartussen door was er de dagelijkse H. Mis, de gebeden voor en na iedere les, de gebeden voor en na tafel, de schietgebeden tussendoor. Soms liep je even de kerk binnen als je er langs kwam, maar minstens nam je je hoed af, of maakte een kruisteken. En vergeet niet het rozenhoedje op je knieën voor een stoel. In de mei en oktober maand was er iedere avond Marialof, en zaterdags altijd. Zondags ging je wel twee keer naar de kerk, de vroegmis voor de communie en dan de Plechtige Hoogmis. En iedere zaterdag was er biechten. En met de grote feesten kon je je aansluiten in lange rijen.  

Er waren de grote kerkelijke en huiselijke feesten als Kerstmis, diep in de nacht, de vastentijd met het vastentrommeltje, gevolgd door de grote dagen van Pasen. Pinksteren was er ook, maar daar speelde meer de vrije dagen dan de betekenis van het feest. En weet je nog de processies in en buiten de kerk, de bedevaarten, priesterfeesten, met hele straten in de geelwitte vlaggen gezet. Heel die kerkelijke cultuur is in de laatste helft van deze eeuw op zijn kop gezet, want we zochten naar een nieuwe manier van kerkzijn, van parochie zijn en godsdienstig zijn. 

Omdat dit alles verloren dreigt te gaan zijn wij begonnen met het plan van dit parochiemuseum. Op de zolders van pastorie en kerk lagen de resten van dat verleden, in dozen, kisten en kasten weggestopt. Er is al veel verdwenen, weggeven met goede bedoelingen, kerkelijke kleding misschien verknipt voor poppenjurken, of zomaar weggedaan. Wij vonden het te kostbaar en veel te interessant om er geen werk van te maken. We verzamelden en van alle kanten kwamen interessante zaken naar ons toe, van scholen, van zolders, uit oude dozen.

 Wat wij u willen laten zien is, voor zover we het hebben, dat kerkelijk godsdienstige leven van de vorige eeuw, dat zo nauw verweven was met het leven van alledag van mensen en hun gezinnen. Ga mee kijken!

 

Het kerkelijk leven begon al vroeg.

 

Pas geboren, - met op het geboortekaartje de doopnamen, perfecte heiligen, de peter en de meter, - werd je naar de kerk gebracht. ’s Morgens geboren,  ’s middags ging je al, koud of niet koud, onder het witte doopkleed op de schouders van je peettante vastgespeld. Spoedig, want als je zou sterven zonder doop kwam je op het kerkhof op een koude plek te liggen “onder de heg?. Je werd gedoopt met zout op de tong en een schep doopwater over het tere hoofdje. In de wieg hing een kruisje en op je hemdje werd, met een grote speld, de medaille van je engelbewaarder bevestigd. Vaak ook nog van een heilige, waar je grootmoeder veel vertrouwen in had. Je moest toch beschermd worden! Er waren zoveel gevaren, dat je wel een engelbewaarder nodig had. En ’s avonds laat kreeg je nog een kruisje met wijwater en werd je Gods allerbeste zegen toegewenst. 

En je groeide op. Je ging naar de kleuterschool bij de zusters. Het waren toen bijna altijd zusters, die de kleuterschool deden. Met gevouwen handjes en dichte oogjes leerde je al vroeg het weesgegroet. Maar je ging natuurlijk eerst naar de kerk. Als je van ver achteraf kwam, van een boerderij, kreeg je een pakje brood mee, dat kon je dan op school opeten. Je mocht immers niet eten voor de communie. Wanneer je zes keer geweest was, kreeg je een prentje van Jesus, die zijn hofje harkte, of de werkplaats van zijn vader veegde. Het grootste feest op school en thuis was de eerste communie. ’s Avonds tevoren biechten, want je moest heilig zijn. Je mocht dan niet meer naar buiten, want je weet maar nooit wat er nog gebeuren kon. Een familiefeest en de cadeautjes waren heel welkom. 

Thuis zat je ’s morgensvroeg op je knieën de zegen te vragen voor de dag en ‘s avonds bij het bed om de engeltjes bij elkaar te roepen. Daartussen door had je al heel wat gehad. Het ergste was wel de catechismus, die gekend moest zijn. De kapelaan of de pastoor had er iets van uit proberen te leggen, maar wist jij veel wat hij bedoelde. Maar die ene vraag en antwoord kennen we allemaal nog: Waartoe zijn wij op aarde? Om ……….. . De besten van de klas kregen een prentje van Maria of van een heilige en vaak stond er een heel mooi gebedje bij. 

In die tijd was het de school die je alles leerde. Met een altaartje en allerlei altaarspulletjes werd de h. Mis uitgelegd. En natuurlijk ook de kleuren en alle bijzonderheden van het kerkelijk jaar. Grote wandplaten vertelden je de geschiedenis van de kerk en er waren juffrouws en meneers die prachtig konden vertellen over de bijbelse geschiedenis. Geen wonder dat je, toen je van de lagere school afkwam, bijna alles wist van de kerk, van Jesus en van de catechismus. 

 

Kerk en Godsdienst midden in het leven van mensen en gezinnen

 

Die eigen katholieke, kerkelijke wereld was een wereld op zich. Het was een gesloten katholieke gemeenschap. Je hoorde in de kerk en de kerk hoorde in het leven en in het gezin. De kerk maakte de dienst uit, van de vroege morgen tot de late avond. En dat waren vooral de priesters, de pastoor en kapelaans van de parochie. Zij wisten wat goed was en wat je te doen had. Het was in die hoogtijdagen van de kerk, zeker een veilige, vertrouwde en geborgen manier van leven.  

De katholieke mens, het katholieke gezin, werd van alle kanten omringd, beschermd en vastgehouden. De dagelijkse heilige Mis als het even mogelijk was, ook de rozenkrans werd dagelijks gebeden. In ieder huis stond zeker een Mariabeeld met een bloemetje en een kaars. Bij het trouwen kregen echtparen van de buurt of familie het heilig Hartbeeld, dat door de kapelaan officieel werd in gezegend. Dan had ieder ook nog een heilige van zijn voorkeur Antonius bv., of de h. Theresia. Het kruisbeeld hing boven de deur, in iedere kamer was er wel een te vinden. Maar dat was niet genoeg! Iedereen droeg een medaille ter bescherming, menigeen had een superklein heiligenbeeldje in zijn portemonnee. Christoffel zat mee in je auto of op de fiets. Veel mannen, vrouwen gingen bij bijzondere gelegenheid op retraite, of gewoon omdat je het nodig vond. En in ieder gezin waren altijd wel een paar gebedenboeken, missaals of vrome boekjes met veel aflaten, waar je zo af en toe wel uitbad.  

Wat echt een grote rol speelde in het leven van gelovige mensen waren de zonden. En er waren er heel wat, doodzonden en dagelijkse zonden. De zonde tegen de kuisheid was alom tegenwoordig. Een jongen en een meisje, voor elkaar bestemd, mochten absoluut niet onder één dak slapen, eer zij voor de kerk getrouwd waren als man en vrouw. Gelukkig kon je gaan biechten, een keer per maand en menigeen een keer in de veertien dagen.  

De sacramenten waren belangrijke gebeurtenissen. Ook daardoor hield de Kerk gelovigen vast en andersom hielden de gezinnen zich daaraan vast. De doop van de kinderen, het heilig vormsel en de regelmatige biecht, de h. Mis en de communie, het huwelijk. En als een mens ziek werd, aan het eind van zijn leven was gekomen, werd de priester geroepen voor het sacrament van de stervenden. De uitvaart en de begrafenis waren de afsluiting van het leven. Te vaak kwam de dood veel te vroeg. In sommigen perioden van de eerste helft vorige eeuw stierven heel veel kinderen en volwassenen door armoe en slechte voeding en door ziekten, zoals de griep. De kerk en medegelovigen waren dan tot troost en steun.  

 

Het Kerkgebouw en de Vieringen

 

Helemaal in het hart van de parochie, centraal in het dorp en ook helemaal centraal in het leven van de parochianen stond het kerkgebouw. Misschien niet zozeer het kerkgebouw als wel wat er zich daarbinnen afspeelde. Het gelovige leven van de parochiaan in hoogte en dieptepunten. Dat alles in de voortdurende aanwezigheid van Christus, in het eucharistisch brood. Er brandde immers altijd een Godslamp om die aanwezigheid te eren en als je voorbij de kerk kwam, namen mannen vaak hun pet of hoed af, of je tikte, haast onzichtbaar, tegen je hoofd als een vorm van saluut en vrouwen bogen even hun hoofd.  

We hebben natuurlijk heel bijzondere bijeenkomsten gehad daarbinnen. De plechtige zondagse Hoogmis met een koor dat zéér meerstemmig stond uit te halen en nog mooier was het, als vanaf de koorzolder Jan zijn solo zong. Nog mooier was het met Kerstmis, als er drie missen achter elkaar werden gelezen. Het waren grote feesten, die je samen vierden, Pasen, Pinksteren, Allerheiligen, Allerzielen, Maria Hemelvaart, Eerste Communie, de processiedagen van het heilig Sacrament en voor de vruchten der aarde. Kazuifels schitterden goud, misdienaars in rood en wit rinkelden de bellen, de priester kringelde en slingerde het wierookvat en bruidjes in het wit vertederden. Als je toch niks was, zei iemand ooit, dan moest je toch wel verschrikkelijk veel missen.

Het was niet alles goud wat er blonk, maar de zilveren kandelaars, of van die prachtige koperen, de gouden flonkerende kelken, de torenhoge, grandioos versierde monstransen met engelen, heiligen en sieraden, het bijbelboek met zilverbeslag op een zilveren standaard, de prachtige schilderingen en overal de beelden van de heiligen, die ons werden voorgehouden als een weg om na te volgen, bepaalden de meest feestelijke blinkende dagen in het leven van de geloofsgemeenschap.   

Toen vond je het nog erg uit je slaap gehaald te worden door de drie klokken in de toren, als zij feestelijk, galmend haar klanken strooiden over de huizen. Als de wind goed stond kon je ze tot in Alverna horen beieren. Dan kwamen wij uit onze huizen, de straten vulden zich, we zagen elkaar in lief en leed, in onze zorgen, vreugden en verdriet. En natuurlijk, er was van iedereen altijd wel iets te vertellen, maar we hadden iets gezamenlijks: we trokken op naar daar waar God hoogheilig woont en waar de pastoor ons hebben wou. In de kerk!

  

Devoties en Godsdienstige Verenigingen.

 

Als je alles had gedaan van de vroege morgen tot de late avond, wat je als goed katholiek moest doen, dan was er ook nog iets voor je vrije tijd. Ook die tijd moest geheiligd worden om je voor het kwaad te bewaren. Er was het gezegde: verveling is des duivels oor kussen, en al wist je niet hoe je dat deed, het was blijkbaar een groot gevaar, want de kerk deed toch mooi haar best om jou daarvoor te bewaren. Maar het was vast en zeker ook bedoeld om je niet uit het oog te doen verliezen, dat alles van jou voor Kerk, God en Vaderland was.  

In een vrije minuut zeiden we schietgebeden zoals: Mijn Jesus, Barmhartigheid. Je was in een franciscaanse parochie zeker lid van de Derde Orde, of anders van de Mariacongregatie, van de Aartsbroederschap van de Heilige Familie, van het Genootschap van het Heilig Hart, van de Voortplanting des Geloofs. Je werd geronseld voor de Franciscaanse Missiebond, voor die van Franciscus Xaverius, of van de Paters van het Heilig Hart, van de Heilige Harten, van de Witte Paters. Maar hierbij ging het om je centen. Je was zelatrice en anders had je een missiebusje op de schoorsteen staan. Dan kreeg je af en toe een Missieblad, een Missie Almanak, een Missiekalender, of een Missiebrief. 

En als je dit niet voldoende vond, ging je mee naar Maria van Kevelaer, naar Maria van Banneux, de Zoete Lieve Vrouw van den Bosch, of Maria van Scherpenzeel. Voor de afwisseling – of was het de concurrentie - ging je mee naar Gerardus van Majella in Wittem, de Stille Omgang in Amsterdam, de Bloedprocessie in Boxmeer, de Sacramentsprocessie, de Mariale Omgang, en op de kruisdagen de processie voor de vruchten der aarde bij de paters in Alverna.  

Een mooi extraatje was de verering van je eigen heilige. Velen zullen de heilige Antonius wel gehad hebben, die bracht terug wat je kwijt was. Voor kiespijn ging je naar Appolonia, voor keelpijn naar Blasius en voor ene vrijer moest je naar Jozef Smakt. Wanneer je niet zo vragerig was en niets mankeerde, hield je het bij de bescherming van de grote heiligen als Jozef, Petrus en Paulus, Elisabeth van Hongarije, Theresia van het Kind Jesus. Soms werden de relikwieën van de heiligen ter verering uitgesteld, en af en toe was er een die je kon kussen. 

Er was Lourdeswater, een gezegende Kevelaer kaars, een palmtak, een echt scapulier of een medaille op je hemd, een hangertje met een stukje stof aangeraakt aan het graf van je favoriete heilige en natuurlijk vlaggen en vaandels, de trots van je katholieke, kerkelijk vereniging. En de priester, als herder aangesteld, ging rond met Wijwater en Ons Heer, waar je diep voor knielde. Zo werd de vrije tijd gezegend met devoties en gevuld met godsdienstige bezigheden.

 

 

Terug naar Nieuws

 

 

Binnenkort: ons eigen parochieel Museum ! Eerste interview!!

 

In het gebouw tussen de Abt-kerk en de voormalige pastorie wordt momenteel door een groep enthousiaste vrijwilligers een klein museum ingericht. Een interview met de initiatiefnemer er van: pastoor Jos van Minderhout.

 

Wat is precies de bedoeling van het museum?

Allereerst onze verantwoordelijkheid tegenover het verleden. Overal lagen allerlei spullen die niet meer gebruikt worden, omdat ze niet goed meer in deze tijd passen. Het lag er verwaarloosd bij en veel is al vergaan. Maar het gaat wel om dingen waar mensen hier vroeger hun geloof en godsdienst mee hebben beleefd, ze hebben er bij gebeden, gezongen en gehuild. Eigenlijk zijn het  historische schatten, niet alleen van de Abt, maar van heel Wijchen. Als we het dan toch bewaren, dan ook maar laten zien, zo dachten we.

 

Waarom niet uitgestald in de kerk zelf?

Ik wil van de kerk absoluut geen museum maken. De kerk is een liturgisch gebouw, waarin we proberen in contact te komen met het hogere. Dan moet je daarin niet allerlei voorwerpen neerzetten die de mensen niets meer zeggen. Enkele jaren geleden moesten we dit tussengebouw opknappen. Het dak begon bouwvallig te worden en de benedenverdieping hadden we dringend nodig. Maar de bovenverdieping was te laag voor vergader- of woonruimte. Zo ontstond het idee van een kijkzolder.

 

Wat valt er straks in het museum te zien?

Het godsdienstige leven van de voorbije periode, zeg maar van 1850 tot 1960. De kerk overheerste toen het dagelijkse leven, het ochtendgebed, het avondgebed op de knieën, tussendoor naar de kerk en de rozenkrans, het lichtje bij Maria, medailles, schietgebedjes, enz.. Heel die kerkelijke cultuur, het Rijke Roomse leven is voorbij. Dat godsdienstige leven proberen we te laten zien, als herinnering.

 

Van de gang beneden hebben we een oude pastoriegang of sacristie proberen te maken, met afbeeldingen van de paus, de naam van de kerk en de toenmalige bisschop. Maar hier zie je ook oude vaandels zoals ze vroeger in processies werden meegedragen.

 

In deze hoek gaat het over het doopsel t/m de lagere school. Hier zie je spullen afkomstig van de Viersprongschool: een klein altaartje om de mis mee te spelen, een klein kazuifel en bakken vol met bijbelse platen. Naast de oude catechism's liggen nu bij wijze van contrast enkele moderne kinderbijbels, maar het zwaartepunt van de collectie ligt toch op de tijd van vóór 1960.  Prachtige communieboeken en platen ter herinnering aan het hernieuwen van de doopbeloften, 120 jaar lang door de mensen zelf bewaard.

 

In de tweede hoek staat de situatie thuis centraal: Kruisbeelden, medailles, beelden, stolpen en gebedenboekjes (missalen). Daar komen ook nog bidprentjes bij. We laten zien hoe de voorkanten door de tijd heen is veranderd. Daarnaast laten we ook achterkanten van bidprentjes zien van Wijchense mensen. Rozenkransen in allerlei soorten: van ivoor,  porselein en zilver. Hele kleine beeldjes die de mensen in hun portemonnaie hadden. Een Maria beeld van was. Ongelooflijk hoe mooi de mensen het maakten! Godsdienst betekende enorm veel voor de mensen in die tijd!

 

In deze achterkamer hangen prachtige kazuifels, in allerlei soorten. Hier ligt een prachtige mantel, helemaal uit elkaar gevallen, is niet meer te herstellen. We bevestigen het straks op een plaat. Daar een rekje met rode toogjes en een prachtige superplie; een altaardoek van hele mooie zijde, zelfs aan twee kanten geborduurd! Kapotte kandelaars hebben we opgepoetst en hersteld.  Zilveren kandelaars die vroeger bij hoogfeesten van Maria op het altaar stonden. De laatste paaskaars van de Everardus. Twee enorm grote schilderijen die vroeger boven de zijaltaren hebben gehangen. Ze lagen boven op een kast, een van de doeken was zelfs door een verwarmingspijp doorboord. Dat soort dingen doe je toch niet weg? Hier ampullen, in 1901 geschonken door ons koor S.D.G.  ter gelegenheid van een 40-jarig priesterfeest. Het glas is gebarsten en verkleurd, maar schitterend toch?

 

In de laatste hoek gaat het over herinneringen aan processies, godsdienstige verenigingen en relikwieën. Hier zie je ons schitterend processiekruis van Kevelaer. Heb je ooit een pastoorsschepel gezien? Die kreeg de pastoor bij installatie van de bisschop. Daar nog een relikwie van St. Antonius van Padua in zilveren schrijn, om aan de hand te steken voor verering door de gelovigen.

 

Wanneer gaat het museum open?

We zijn nu anderhalf jaar bezig en we dwingen ons om kort na Pasen open te gaan. Dan zijn we nog lang niet klaar. Dan is wel alles geregistreerd, maar nog lang niet alles beschreven. Zoals het er nu naar uitziet zullen we dan op afspraak open zijn. Dan laten we significante voorbeelden zien van de vroomheid van de voorbije tijd. Niet dat het kostbare dingen zijn, er liggen maar weinig dingen met een echte handelswaarde. En niet alles is heel oud natuurlijk, maar wel met opvallend veel gevoel gemaakt en gekoesterd. Ongelooflijk mooi.

 

 Theo van der Weegen

 

Terug naar Nieuws

 

Eerste officiële bijeenkomst Commissie Kijkzolder..16 sept. 1999

 

Mevr. Mien Sengers, Mevr. Berth Toenders, Dhr. Tien Straten; op achtergrond ter ondersteuning Mej. Odette Straten, P. Jos van Minderhout..

 

In de openingsbijeenkomst kwam het volgende ter sprake, hetgeen geldt als uitgangspunten

 

De Antonius Abt kerk heeft nogal wat kostbare en minder kostbare, voor de kerk en de historie van de kerk betekenisvolle, en voor parochianen interessante materialen. Deze materialen liggen in dozen, hangen in kasten en zijn op verschillende plekken geborgen, sommige zorgvuldig, andere slordig. Het bezit van deze zaken vraagt al jaren om een betere behandeling, alsook om een zekere mate van toegankelijkheid voor parochianen en anderen.

 

Eerder zijn er ideeën en voorstellen geweest om in de kerk, in biechtstoelen achter plexiglas, in eventuele kasten met glazen deuren deze materialen zichtbaar te maken. Het grote bezwaar daarvan was de beperktheid van de ruimte, de verbouwing van waardevolle biechtstoelen, alsook het feit dat je van een liturgische ruimte geen museum kunt maken. Een eigen parochie museum, voor een kerk met een flinke historie, was een wens die elders al eerder vorm heeft gekregen.

Toen de verbouwing ter sprake kwam van het tussenhuis, om een tweede grote zaal te krijgen, werd voor de bovenverdieping, die vanwege de geringe hoogte nauwelijks voor iets anders dan opslag of i.d. geschikt is, gevraagd deze te mogen gebruiken voor het bovenstaande.

 

De eerste reden alleen al is een goede, namelijk om de verschillende oude materialen van de oude Parochie St. Antonius Abt, kostbaar en minder kostbaar, op een fatsoenlijke en goede manier te bewaren. Daarbij gaat het niet uitsluitend om kostbaarheden en materialen van historische betekenis, maar ook om spullen die voor niets of niemand anders betekenis hebben dan alleen maar voor de kerk van Wijchen.

Een tweede motiverende reden is, dat bij de snelle veranderingen binnen kerk en parochie van de laatste 30 jaar, een hele kerkelijke en parochiële cultuur verloren gaat, waarvan het bewaren, voor zover mogelijk, voor de toekomstige parochie van waarde en betekenis is. Er is van veel kerken al veel materiaal terecht gekomen op markten e.d.

Als derde zijn we van mening, dat parochianen zeker geïnteresseerd zijn in het verleden; dat het ook een manier is om je parochie in beeld te brengen, alsook dat het een aardig hulpmiddel kan zijn voor groepen, voor kinderen bij de eerste communievoorbereiding, vormsel, catechese e.d.

Wanneer je eenmaal deze mogelijkheid hebt kun je ook bij bijzondere gelegenheden zaken op een nieuwe manier onder de aandacht brengen, speciale, uiteraard kleine, tentoonstellingen houden e.d.

 

De commissie stelt voor om wat betreft de toegankelijkheid, het gebruik, de dondermorgen altijd open te staan, dan is de kerk ook altijd open van 9 – 12 uur.

Maar vooral met groepen en wel op uitnodiging deze kijkzolder met zijn materialen te gebruiken.

Daarnaast zullen er speciale gelegenheden zijn om de kijkzolder open te stellen, bv. voor en na een bijzondere viering op de zondagmorgen, evt. zaterdagavond.

 

Het zal zeker geen druk bezochte plek  worden, de mond op mond reclame zal de belangstelling verder wekken en gaandeweg het Project zullen initiatieven groeien.

16 september 1999.

 

 

Terug naar Nieuws